Continuïteitsbeginsel

Het continuïteitsbeginsel, in het Engels going concern, is het uitgangspunt dat je bedrijf blijft bestaan en gewoon doorgaat. Daarom waardeer je je bezittingen op de waarde die ze hebben voor je lopende bedrijf: de aanschafprijs min wat je al hebt afgeschreven, en niet wat ze bij een snelle verkoop zouden opbrengen. Is doorgaan niet meer realistisch, dan vervalt het beginsel.
Wat het beginsel concreet betekent
Omdat je ervan uitgaat dat je bedrijf doorgaat, waardeer je je bezittingen niet tegen de prijs die ze zouden opbrengen als je ze morgen moet verkopen. Je waardeert ze naar de aanschafprijs of de huidige boekwaarde. De boekwaarde, ook wel boekhoudkundige waarde, is wat een bezit nog “waard” is in je boekhouding nadat je er al een deel van hebt afgeschreven.
Een bedrijf dat doordraait zet daardoor andere getallen op de balans dan een bedrijf dat moet stoppen. Een werkende onderneming heeft haar machines, voorraad en inventaris nog nodig om geld te verdienen. In gebruik zijn ze meer waard dan bij een gedwongen, snelle verkoop.
Waar het beginsel staat
Voor een bv staat het continuïteitsbeginsel in de wet, in artikel 2:384 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek. Je gaat bij de waardering uit van voortzetting van het bedrijf, tenzij dat onjuist is of er gerede twijfel over bestaat. Dan leg je in de toelichting van je jaarrekening uit wat dat betekent voor je vermogen en je resultaat. De Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving werken dit verder uit.
Die regels uit titel 9 van boek 2 gelden voor rechtspersonen zoals de bv. Heb je een eenmanszaak of vof, dan werk je in de praktijk met hetzelfde uitgangspunt: je schrijft je bedrijfsmiddelen af over de jaren dat je ze gebruikt. Dat past bij goed koopmansgebruik, de norm waarmee je je winst voor de belasting bepaalt.
Een praktijkvoorbeeld
Stel, je koopt een bestelbus van 24.000 euro zonder btw. Je verwacht hem vijf jaar te gebruiken en daarna nog 4.000 euro te krijgen. Je zet de bus voor 24.000 euro op je balans en schrijft er elk jaar (24.000 - 4.000) / 5 = 4.000 euro op af. Na drie jaar staat de bus voor 12.000 euro in de boeken, de helft van de aanschafprijs. Dat is de boekwaarde.
Moet je de bus vandaag met spoed verkopen, dan krijg je er waarschijnlijk minder voor. Maar zolang je bedrijf doordraait, gebruik je die lage “stopwaarde” niet. Je rekent met de waarde die past bij een bedrijf dat doorgaat.
Wat dit voor jou als ondernemer betekent
Je merkt het continuïteitsbeginsel vooral bij het afschrijven van je bedrijfsmiddelen en de waardering op je balans. Omdat je ervan uitgaat dat je bedrijf doorgaat, spreid je de kosten van een aankoop over de jaren dat je hem gebruikt. Je boekt ze niet in één keer als verlies. Dat geeft een eerlijker beeld van je winst-en-verliesrekening.
Wanneer het beginsel niet meer geldt
Het continuïteitsbeginsel vervalt zodra voortzetting niet meer realistisch is, bijvoorbeeld bij een faillissement of als je besluit te stoppen. Je waardeert je bezittingen dan op wat ze bij verkoop nog opbrengen: de liquidatiewaarde. Bij de bestelbus is dat vaak minder dan de boekwaarde, en dat verschil neem je als verlies.
Het kan ook andersom. Een pand kan meer waard zijn dan de boekwaarde. Stop je met een eenmanszaak, dan telt dat verschil, de stille reserve, mee in je stakingswinst, en daarover betaal je inkomstenbelasting. Lees meer in stoppen met je bedrijf.
Twijfel je alleen of je bedrijf kan doorgaan, dan waardeer je nog op basis van voortzetting, maar vermeld je die twijfel in de toelichting van je jaarrekening.
Zo werkt het in jortt
In jortt zie je het continuïteitsbeginsel terug in hoe je bedrijfsmiddelen worden verwerkt.
- Je boekt de aankoop als bedrijfsmiddel. Bij Nog te doen kies je bij de betaling de boeking soort Bedrijfsmiddelen en vul je de gebruiksduur en de restwaarde in. Jortt schrijft daarna elke maand af, met automatisch afschrijven. De boekwaarde op je balans zakt mee en de kosten komen in je winst-en-verliesrekening.
- Je ziet de boekwaarde per bedrijfsmiddel. Onder Rapporten, Bedrijfsmiddelen staat de huidige waarde van al je bedrijfsmiddelen, en per bedrijfsmiddel de waarde op 31 december.
- Bij verkoop of verlies schrijf je af naar 0 euro. Verkoop je een bedrijfsmiddel, dan maak je een factuur of opbrengstenboeking en schrijf je het bedrijfsmiddel af naar 0 euro. Het verschil met de boekwaarde is je boekwinst of boekverlies. Is het kapot of gestolen, dan gaat het met een knop naar 0 euro. Is het nog maar een deel waard, dan waardeer je het deels af.
- Je jaarrekening komt uit je boekingen. Jortt stelt je jaarrekening op met balans, winst-en-verliesrekening en toelichting met de grondslagen, al vanaf jortt ZZP. Een eigen tekst, zoals een toelichting op twijfel aan de continuïteit, voeg je toe als inleidende tekst.
Wat je niet in jortt doet
Jortt beoordeelt niet of je bedrijf kan doorgaan, en zet je bezittingen niet zelf op liquidatiewaarde. Twijfel je aan de continuïteit, dan zet je dat zelf als inleidende tekst in je jaarrekening; jortt schrijft die tekst niet voor je. De stakingswinst bereken je met een adviseur, bijvoorbeeld een boekhoudcoach die jortt kent.
Samenhang met andere beginselen
Het continuïteitsbeginsel werkt samen met andere accounting principes, zoals het kostenbeginsel (waarderen tegen de aanschafprijs), het voorzichtigheidsbeginsel (verliezen op tijd nemen) en het toerekeningsbeginsel (kosten en opbrengsten in de juiste periode boeken). Samen zorgen ze dat je boekhouding een betrouwbaar en consistent beeld van je onderneming geeft.
Veelgestelde vragen over het continuïteitsbeginsel
Heb je een vraag? Wij hebben de antwoorden!
Wat is het continuïteitsbeginsel?
Het continuïteitsbeginsel, in het Engels going concern, is het uitgangspunt dat je bedrijf blijft bestaan en doorgaat. Daarom waardeer je je bezittingen op de waarde voor je lopende bedrijf: de aanschafprijs min wat je al hebt afgeschreven. Wat ze bij een snelle verkoop zouden opbrengen, telt niet. Voor een bv staat het in artikel 2:384 lid 3 BW.
Wat is een voorbeeld van het continuïteitsbeginsel?
Je koopt een bestelbus van 24.000 euro zonder btw, met een restwaarde van 4.000 euro, en schrijft hem af in vijf jaar. Dat is 4.000 euro per jaar. Na drie jaar staat de bus voor 12.000 euro in de boeken. Bij een snelle verkoop krijg je misschien minder, maar zolang je bedrijf doorgaat, reken je met die 12.000 euro.
Wat gebeurt er met de waardering als je bedrijf stopt?
Dan vervalt het continuïteitsbeginsel en waardeer je je bezittingen op wat ze bij verkoop nog opbrengen, de liquidatiewaarde. Twijfel je alleen of je bedrijf kan doorgaan, dan leg je die twijfel en de gevolgen uit in de toelichting van je jaarrekening. Stop je met een eenmanszaak, dan betaal je belasting over de stakingswinst.
Hoe merk je het continuïteitsbeginsel in jortt?
Vooral bij je bedrijfsmiddelen. Je boekt een aankoop als bedrijfsmiddel en geeft de gebruiksduur en restwaarde op. Jortt schrijft daarna elke maand af, zodat de boekwaarde op je balans meezakt en de kosten in je winst-en-verliesrekening komen. Onder Rapporten, Bedrijfsmiddelen zie je per bedrijfsmiddel de waarde op 31 december.
Past jortt de waardering aan als mijn bedrijf niet meer kan doorgaan?
Nee. Jortt beoordeelt niet of je bedrijf kan doorgaan en zet je bezittingen niet zelf op liquidatiewaarde. Verkoop je een bedrijfsmiddel, dan boek je de opbrengst en schrijf je het af naar 0 euro. Twijfel aan de continuïteit zet je zelf als eigen tekst in je jaarrekening; de stakingswinst bereken je met een adviseur.