Kostenbeginsel

Kostenbeginsel

Het kostenbeginsel is een van de basisprincipes van de boekhouding. Het zegt dat je bezittingen in je administratie opneemt tegen wat ze je daadwerkelijk hebben gekost: de aanschafprijs als je iets koopt, of de kostprijs als je iets zelf maakt. Je waardeert dus op een vast, controleerbaar bedrag en niet op wat iets “misschien waard zou kunnen zijn”. Dat maakt je cijfers betrouwbaar en goed te onderbouwen, want achter elk bedrag zit een factuur of een bonnetje.

Wat het kostenbeginsel concreet betekent

Koop je een bezitting voor je onderneming, dan boek je die voor het bedrag dat je ervoor hebt betaald. Maak je iets zelf, bijvoorbeeld voorraad of een eigen product, dan reken je de werkelijke kosten die je hebt gemaakt: materiaal, arbeid en andere directe kosten. Die aanschaf- of kostprijs is en blijft het uitgangspunt op je balans, ook als je inschat dat de marktwaarde later hoger of lager ligt.

De gedachte erachter is voorzichtigheid en objectiviteit. Een betaald bedrag is een hard, controleerbaar feit; een geschatte marktwaarde is dat niet. Door op kostprijs te waarderen voorkom je dat je je onderneming rijker rekent dan ze is. Er zijn wel uitzonderingen: voor zaken waarvan de waarde objectief en eenduidig vast te stellen is, zoals vrij verhandelbare aandelen met een dagkoers, mag je die objectieve waarde gebruiken in plaats van de aanschafprijs.

Een eenvoudig voorbeeld

Stel, je koopt een laptop voor je onderneming voor 1.000 euro. Op je balans zet je die laptop voor 1.000 euro: de prijs die je ervoor hebt betaald. Stijgt of daalt de prijs van vergelijkbare laptops in de maanden erna, dan verandert dat niets aan het bedrag in je boekhouding. Je blijft uitgaan van wat de laptop jou heeft gekost.

Dat de laptop in werkelijkheid in waarde daalt door gebruik en veroudering verwerk je apart, via afschrijven: je verdeelt de kosten over de jaren dat je het apparaat gebruikt. Het kostenbeginsel bepaalt het startbedrag; de afschrijving zorgt dat de kosten in de juiste periode terechtkomen.

Wat het voor jou als ondernemer betekent

In de praktijk hoef je hier zelf weinig moeite voor te doen. Zodra je een aankoop boekt op basis van de factuur of bon, pas je het kostenbeginsel al automatisch toe: het bedrag op de bon is de aanschafprijs die in je administratie komt. In jortt koppel je een inkoopfactuur of bonnetje aan de boeking, en dat betaalde bedrag verschijnt vervolgens netjes terug op je balans. Zo houd je een controleerbare administratie waarin elk bedrag te herleiden is naar een onderliggend document, precies wat de Belastingdienst en een eventuele accountant willen zien.

Samenhang met andere beginselen

Het kostenbeginsel staat niet op zichzelf, maar werkt samen met de andere accounting principes. Het sluit nauw aan op het voorzichtigheidsbeginsel, dat je waarschuwt om je niet rijker te rekenen dan verstandig is, en op het realiteitsbeginsel, dat je cijfers op de werkelijkheid laat aansluiten. Doordat je elke bezitting tegen een vast, herleidbaar bedrag opneemt, blijven je jaarcijfers ook van jaar tot jaar goed te vergelijken, in lijn met het vergelijkingsbeginsel.

Veelgestelde vragen over het kostenbeginsel

Heb je een vraag? Wij hebben de antwoorden!

Het kostenbeginsel zegt dat je bezittingen in je administratie opneemt tegen wat ze je daadwerkelijk hebben gekost: de aanschafprijs als je iets koopt, of de kostprijs als je iets zelf maakt. Je waardeert dus op een vast, controleerbaar bedrag en niet op een geschatte marktwaarde.

Maak je iets zelf, bijvoorbeeld voorraad of een eigen product, dan reken je de werkelijke kosten die je hebt gemaakt: materiaal, arbeid en andere directe kosten. Die kostprijs is het uitgangspunt op je balans.

Nee, de aanschaf- of kostprijs blijft het uitgangspunt op je balans, ook als je inschat dat de marktwaarde later hoger of lager ligt. Koop je bijvoorbeeld een laptop voor 1.000 euro, dan blijft die op 1.000 euro staan, ongeacht de latere prijs van vergelijkbare laptops.

Ja, voor zaken waarvan de waarde objectief en eenduidig vast te stellen is, zoals vrij verhandelbare aandelen met een dagkoers, mag je die objectieve waarde gebruiken in plaats van de aanschafprijs.

Het kostenbeginsel bepaalt het startbedrag waarvoor je een bezitting opneemt. Dat een bezitting in werkelijkheid in waarde daalt door gebruik en veroudering verwerk je apart via afschrijven, waarbij je de kosten verdeelt over de jaren dat je het gebruikt zodat de kosten in de juiste periode terechtkomen.

Zodra je een aankoop boekt op basis van de factuur of bon pas je het kostenbeginsel al automatisch toe: het bedrag op de bon is de aanschafprijs die in je administratie komt. In jortt koppel je een inkoopfactuur of bonnetje aan de boeking, en dat betaalde bedrag verschijnt vervolgens terug op je balans.