Realiteitsbeginsel

Realiteitsbeginsel

Het realiteitsbeginsel is een van de basisregels van je boekhouding. Het bepaalt wanneer je omzet en winst in je administratie mag opnemen: pas op het moment dat ze daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Met “gerealiseerd” wordt bedoeld dat je je prestatie hebt geleverd én dat er voldoende zekerheid is dat je betaald krijgt. Pas dan is er volgens de regels echt sprake van omzet.

Wat betekent het realiteitsbeginsel concreet?

In de praktijk komt het er meestal op neer dat je je omzet boekt op het moment dat je de factuur verstuurt. Op dat moment heb je je werk gedaan of je product geleverd, en heb je een vordering op je klant: een bedrag dat hij aan je verschuldigd is. Dat is het moment waarop de omzet realiteit is geworden.

Het moment waarop je klant je daadwerkelijk betaalt, doet er voor dit beginsel niet toe. Of een klant nu meteen betaalt of pas weken later, de omzet hoort thuis in de periode waarin je de prestatie hebt geleverd. Zo geeft je boekhouding een eerlijk beeld van wat je in een bepaalde periode echt hebt verdiend.

Een eenvoudig voorbeeld

Stel dat je in december een opdracht afrondt en daarvoor een factuur stuurt. Je klant betaalt die factuur pas in januari. Volgens het realiteitsbeginsel hoort de omzet toch bij december, want dat is de maand waarin je je werk hebt geleverd en de factuur hebt verstuurd. Je neemt de omzet dus op in het jaar waarin je hem hebt verdiend, niet in het jaar waarin het geld op je rekening komt.

Andersom geldt hetzelfde: een aanbetaling die je ontvangt voor werk dat je nog moet doen, is nog geen gerealiseerde omzet. De prestatie is immers nog niet geleverd.

Wat betekent dit voor jou als ondernemer?

Dit beginsel zorgt ervoor dat je winst- en verliesrekening en je balans een realistisch beeld geven van je onderneming. Doordat omzet aan de juiste periode wordt toegerekend, kun je betrouwbaar zien hoe je bedrijf er werkelijk voor staat, ongeacht het ritme waarin klanten betalen.

In jortt hoef je hier zelf weinig voor te doen. Op het moment dat je een factuur verstuurt, boekt jortt je omzet automatisch op het juiste moment. De latere betaling van je klant wordt apart verwerkt en heeft geen invloed op het moment waarop de omzet wordt geboekt. Zo houd je je administratie netjes volgens het realiteitsbeginsel, zonder dat je er steeds bij hoeft na te denken.

Samenhang met andere beginselen

Het realiteitsbeginsel staat niet op zichzelf. Het werkt samen met het toerekeningsbeginsel, dat opbrengsten en kosten aan de juiste periode toewijst, en met het voorzichtigheidsbeginsel, dat voorschrijft dat je winsten pas opneemt als ze zeker zijn. Wil je een overzicht van alle accounting principes, dan vind je daar de verwante regels die samen de basis van een goede boekhouding vormen.

Veelgestelde vragen over het realiteitsbeginsel

Heb je een vraag? Wij hebben de antwoorden!

Het realiteitsbeginsel bepaalt wanneer je omzet en winst in je administratie mag opnemen: pas op het moment dat ze daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Dat betekent dat je je prestatie hebt geleverd en dat er voldoende zekerheid is dat je betaald krijgt.

In de praktijk boek je je omzet meestal op het moment dat je de factuur verstuurt. Op dat moment heb je je werk gedaan of je product geleverd en heb je een vordering op je klant. Het moment waarop je klant daadwerkelijk betaalt, doet er voor dit beginsel niet toe.

De omzet hoort thuis in de periode waarin je de prestatie hebt geleverd. Rond je in december een opdracht af en betaalt je klant pas in januari, dan hoort de omzet toch bij december, want dat is de maand waarin je je werk hebt geleverd en de factuur hebt verstuurd.

Nee, een aanbetaling die je ontvangt voor werk dat je nog moet doen is nog geen gerealiseerde omzet, omdat de prestatie nog niet is geleverd.

In jortt hoef je hier zelf weinig voor te doen. Op het moment dat je een factuur verstuurt, boekt jortt je omzet automatisch op het juiste moment. De latere betaling van je klant wordt apart verwerkt en heeft geen invloed op het moment waarop de omzet wordt geboekt.