Toerekeningsbeginsel

Toerekeningsbeginsel

Het toerekeningsbeginsel zegt dat je omzet en kosten boekt in de periode waar ze bij horen, los van wanneer het geld binnenkomt of de deur uitgaat. Kosten zet je bovendien bij de omzet die je ermee verdient. Zo laat je winst-en-verliesrekening zien wat je in een periode echt hebt verdiend.

In jortt gebeurt dat grotendeels vanzelf: jortt boekt omzet in de maand van de leverdatum, niet in de maand van betaling.

Wat betekent het toerekeningsbeginsel?

Het beginsel heeft twee kanten.

  1. De juiste periode. Omzet en kosten horen bij het jaar, of de maand, waarin je levert of geleverd krijgt. Werk je in december en betaalt je klant in januari, dan hoort de omzet bij december. Betaal je in december de huur voor januari, dan zijn dat kosten van januari.
  2. Kosten bij de omzet. Kosten zet je in dezelfde periode als de omzet die je ermee maakt. Koop je in november spullen in die je in december verkoopt, dan horen de inkoopkosten bij de verkoop in december. In het Engels heet dat het matching principle, en daarom hoor je ook wel matchingbeginsel.

Zo geeft je boekhouding een eerlijk beeld van hoe je bedrijf het in een periode heeft gedaan. Het draait om de prestatie, niet om het toeval van de betaaldatum.

Waar het beginsel vandaan komt

Voor de jaarrekening van een bv staat het in de wet: de baten en lasten van het boekjaar neem je op, ook als ze in dat jaar niet tot een ontvangst of uitgave hebben geleid (artikel 2:362 lid 5 BW).

Voor de belasting werkt het net zo, maar dan heet het anders. Bij goed koopmansgebruik heet dit toerekenen het realiteitsbeginsel: opbrengsten en kosten horen in het jaar waar ze bij horen. Op deze site betekent realiteitsbeginsel iets anders; daar lees je het verschil.

Een voorbeeld: de laptop

Stel, je koopt een laptop die je een paar jaar gebruikt. Je betaalt het hele bedrag in één keer, maar je trekt het niet in één keer van je winst af. Je verdeelt de kosten over de jaren waarin je de laptop gebruikt. Dat heet afschrijven. De kosten komen zo in dezelfde jaren als de omzet die je met de laptop maakt.

Hetzelfde geldt voor een rekening die over een hele periode gaat, zoals een jaarlidmaatschap of een verzekering. Die verdeel je over de maanden waarvoor je betaalt. Zo’n post die over de jaargrens loopt, heet een overlopende of transitorische post. Kleine posten die elk jaar terugkomen, mag je wel in één keer boeken; zie het materialiteitsbeginsel.

Zo werkt het in jortt

Een deel van het toerekenen doet het boekhoudprogramma van jortt voor je.

  • Omzet en kosten op de leverdatum. Jortt werkt met het factuurstelsel en boekt omzet in de maand van de leverdatum. Lever je in december en stuur je de factuur in januari, dan staat de omzet al in december in je winst-en-verliesrekening. Bij kosten werkt het net zo: geef je een leverdatum in december op bij een factuur uit januari, dan staan de kosten in december.
  • Betalingen op een ander moment. Betaalt een klant vooruit, dan blijft dat een overlopende post tot de maand van de factuur. Betaal je de loonheffingen van december in januari, dan zet de Boekhoudbot de kosten in december.
  • Kosten over meer maanden. Bij een boeking vul je een eerste en een laatste leverdatum in. Jortt verdeelt de kosten over die maanden en zet de rest op de balans. In het rapport overlopende posten zie je wat er nog openstaat.
  • Afschrijven. Een bedrijfsmiddel boek je als bedrijfsmiddel, met een gebruiksduur en een restwaarde. Jortt schrijft het daarna automatisch af.

Dit zit in de boekhouding van jortt, dus vanaf jortt ZZP.

Wat je zelf beslist

Jortt ziet de factuurdatum, maar niet dat een factuur over een heel jaar gaat. Een leveringsperiode geef je dus zelf op. Hoe lang je een bedrijfsmiddel gebruikt en welke restwaarde je aanhoudt, bepaal je ook zelf.

Samenhang met andere beginselen

Het toerekeningsbeginsel werkt samen met het realiteitsbeginsel, dat bepaalt wanneer omzet verdiend is, en met het voorzichtigheidsbeginsel, dat zegt dat je een verwacht verlies meteen neemt. Alle beginselen op een rij vind je in het overzicht van accounting principes.

Veelgestelde vragen over het toerekeningsbeginsel

Heb je een vraag? Wij hebben de antwoorden!

Het toerekeningsbeginsel zegt dat je omzet en kosten boekt in de periode waar ze bij horen, los van wanneer het geld binnenkomt of de deur uitgaat. Kosten zet je bovendien bij de omzet die je ermee verdient. Zo laat je winst-en-verliesrekening zien wat je in een periode echt hebt verdiend.

Omdat je een laptop of machine meerdere jaren gebruikt om omzet te maken. Volgens het toerekeningsbeginsel verdeel je de kosten dan over die jaren: dat heet afschrijven. Elk jaar komt een deel van de aanschafprijs als kosten in je winst-en-verliesrekening, in dezelfde jaren als de omzet die je ermee verdient.

Jortt werkt met het factuurstelsel en boekt omzet in de maand van de leverdatum. Lever je in december en factureer je in januari, dan staat de omzet in december. Een jaarfactuur verdeel je over de maanden door een leveringsperiode op te geven. Een bedrijfsmiddel schrijft jortt automatisch af over de gebruiksduur die jij invult.

Nee. Jortt ziet een factuurdatum, maar niet dat een factuur over een heel jaar gaat. Dat geef je zelf op bij de boeking, met een eerste en een laatste leverdatum. Daarna verdeelt jortt de kosten over die maanden. Of een kleine post dat waard is, beslis je ook zelf.