Accounting principes

Als je zelf gaat boekhouden is het handig om te begrijpen hoe de wetgever (de Belastingdienst) over boekhouden denkt. Voor het boekhouden is een aantal ‘basisprincipes’ vastgesteld. Dit is de ’norm die als algemeen aanvaardbaar wordt beschouwd’. Boekhouden is geen exacte wetenschap. Voor veel boekingen zijn verschillende mogelijkheden. Deze ‘accounting principes’ geven je handvatten om zelf de goede keuzes te kunnen maken. Het zijn de grondbeginselen waarmee accountants werken.
Waarom deze principes handig zijn als je zelf boekhoudt
Als je zelf je boekhouding doet, heb je niet voor elke boeking een vaste regel om op terug te vallen. Ken je de basisprincipes, dan begrijp je waaróm een boeking op een bepaalde manier hoort en kun je zelf een onderbouwde keuze maken. Je houdt je balans en winst-en-verliesrekening zo betrouwbaar en consistent, en je kunt je cijfers makkelijker uitleggen aan de Belastingdienst, je boekhouder of jezelf in een later jaar.
De accounting principes op een rij
Hieronder vind je alle negen beginselen, met per beginsel kort waar het over gaat. Klik door voor de volledige uitleg en voorbeelden.
- Continuïteitsbeginsel: je gaat ervan uit dat je onderneming voorlopig blijft bestaan, en waardeert je bezittingen daar ook op.
- Elk feit heeft twee gevolgen: elke boeking raakt altijd minstens twee rekeningen, zodat je boekhouding in evenwicht blijft (dubbel boekhouden).
- Kostenbeginsel: je waardeert wat je koopt tegen de prijs die je er echt voor betaald hebt, niet tegen een geschatte waarde.
- Materialiteitsbeginsel: kleine bedragen die er voor het totaalbeeld niet toe doen, hoef je niet tot achter de komma uit te splitsen.
- Meetbaar in geld: je neemt alleen zaken in je boekhouding op die je in euro’s kunt uitdrukken.
- Realiteitsbeginsel: je cijfers geven een eerlijk en getrouw beeld van hoe je onderneming er werkelijk voor staat.
- Toerekeningsbeginsel: je boekt omzet en kosten in het jaar waarin ze horen, ongeacht wanneer je het geld ontvangt of betaalt.
- Vergelijkingsbeginsel: je boekt elk jaar op dezelfde manier, zodat je cijfers van jaar tot jaar vergelijkbaar blijven.
- Voorzichtigheidsbeginsel: bij twijfel reken je jezelf niet rijk: verliezen neem je tijdig op, winsten pas als ze zeker zijn.