Herinvesteringsreserve: belasting over boekwinst uitstellen
Een bedrijfsmiddel is iets dat je langer dan een jaar voor je bedrijf gebruikt, zoals een bestelbus, een machine of een pand. De kosten verdeel je over een paar jaar: dat heet afschrijven. Wat er na de afschrijvingen nog op je balans staat, is de boekwaarde.
Wat is een herinvesteringsreserve?
Verkoop je een bedrijfsmiddel voor meer dan de boekwaarde, dan maak je boekwinst: de verkoopprijs zonder btw min de boekwaarde. Die boekwinst is gewone winst, en daar betaal je in het jaar van verkoop belasting over.
Ga je het geld gebruiken voor een nieuw bedrijfsmiddel, dan hoeft dat nog niet. Je zet de boekwinst dan op een herinvesteringsreserve, vaak afgekort tot HIR. Dat is een fiscale reserve: een post in je eigen vermogen op je balans, zonder geld erachter. Koop je het nieuwe bedrijfsmiddel, dan trek je de reserve af van de aanschafprijs. Je schrijft daarna af over een lager bedrag, en betaalt de belasting over de boekwinst zo verspreid over de jaren dat je het nieuwe bedrijfsmiddel gebruikt.
Het is uitstel, geen afstel. Een herinvesteringsreserve vormen mag, maar hoeft niet: neem je de boekwinst gewoon in je winst, dan is de belasting meteen afgerond.
De voorwaarden
Je mag een herinvesteringsreserve vormen als:
- je een bedrijfsmiddel verkoopt voor meer dan de boekwaarde. Gaat het verloren of raakt het beschadigd, bijvoorbeeld door brand of diefstal, dan telt de vergoeding van de verzekering als opbrengst;
- je op de balansdatum van plan bent te herinvesteren in een ander bedrijfsmiddel. Meestal is dat 31 december van het jaar van verkoop;
- je uiterlijk in het derde jaar na het jaar van verkoop herinvesteert.
Haal je het bedrijfsmiddel naar privé, dan is dat geen verkoop aan een ander en kun je geen herinvesteringsreserve vormen. Beleggingen en spullen van geringe waarde tellen niet als bedrijfsmiddel. Zie de herinvesteringsreserve bij de Belastingdienst en artikel 3.54 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
De herinvesteringsreserve geldt voor een eenmanszaak, een vof, een maatschap en een cv, en ook voor een bv: de Wet op de vennootschapsbelasting verklaart dezelfde regel van toepassing (artikel 8).
De termijn: drie jaar
| Verkoop met boekwinst in | Uiterlijk herinvesteren in |
|---|---|
| 2026 | 2029 |
| 2027 | 2030 |
Heb je aan het eind van die termijn nog niet geherinvesteerd, dan valt de reserve vrij: je telt hem bij je winst van dat jaar op en betaalt er alsnog belasting over. Dat doe je ook eerder, zodra je niet meer van plan bent te herinvesteren.
Langer mag alleen in twee gevallen: als het nieuwe bedrijfsmiddel door zijn aard meer tijd nodig heeft, zoals een pand dat gebouwd wordt, of als bijzondere omstandigheden de aanschaf vertragen. In beide gevallen moet je al met de aanschaf begonnen zijn. Twijfel je of dat voor jou geldt, bel dan de BelastingTelefoon of je adviseur.
Hoeveel je mag afboeken
Je trekt de reserve af van de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel, als eerste afboeking, nog voor de afschrijving. Daarbij gelden twee grenzen.
De boekwaarde-eis
Na het afboeken mag de boekwaarde van het nieuwe bedrijfsmiddel niet lager zijn dan de boekwaarde die het oude had vlak voor de verkoop. Wat je niet kwijt kunt, blijft in de reserve staan voor een volgende investering binnen de termijn.
De functie-eis
Schrijf je op het verkochte bedrijfsmiddel niet af, of in meer dan 10 jaar, zoals bij grond of een bedrijfspand, dan mag je de reserve alleen afboeken op een bedrijfsmiddel met dezelfde economische functie in je bedrijf. Dat geldt ook andersom: op zo’n bedrijfsmiddel boek je alleen een reserve af die van een bedrijfsmiddel met dezelfde functie komt. In alle andere gevallen ben je vrij: de reserve van een verkochte bestelbus mag op een machine of een computer.
Rekenvoorbeeld: de bestelbus van Sanne
Sanne Koertt is koerier met een eenmanszaak. Ze verkoopt in 2026 haar bestelbus. De boekwaarde is € 8.000 en ze krijgt er € 14.000 zonder btw voor. Haar boekwinst is € 6.000. Ze is van plan een nieuwe bus te kopen en zet de € 6.000 op een herinvesteringsreserve. Over die € 6.000 betaalt ze in 2026 geen belasting.
In 2027 koopt ze een nieuwe bus voor € 30.000, die ze in vijf jaar afschrijft tot een restwaarde van € 5.000.
| Zonder herinvesteringsreserve | Met herinvesteringsreserve | |
|---|---|---|
| Aanschafprijs | € 30.000 | € 30.000 |
| min reserve | € 6.000 | |
| Waarde om af te schrijven | € 30.000 | € 24.000 |
| Afschrijving per jaar ((waarde - € 5.000) / 5) | € 5.000 | € 3.800 |
| Boekwinst belast in 2026 | € 6.000 | € 0 |
Met de reserve schrijft Sanne elk jaar € 1.200 minder af, in vijf jaar samen € 6.000. Haar winst is in die jaren dus samen € 6.000 hoger: zo betaalt ze de belasting over de boekwinst alsnog, verspreid. De boekwaarde-eis klopt ook: € 24.000 is meer dan de € 8.000 die de oude bus had.
Had Sanne een tweedehands bus van € 10.000 gekocht, dan mocht ze hoogstens € 2.000 afboeken: de nieuwe bus mag niet onder de € 8.000 komen. De andere € 4.000 blijft in de reserve, voor een volgende investering tot en met 2029.
Zo werkt het in jortt
In jortt maak je de herinvesteringsreserve aan bij Geldzaken, onder Eigen vermogen, met als Soort eigen vermogen de Herinvesteringsreserve. Hoe je de boekwinst erop zet en de reserve later afboekt op het nieuwe bedrijfsmiddel, staat stap voor stap bij bedrijfsmiddel kopen met een herinvesteringsreserve.
In het rapport Aangifte inkomstenbelasting (IB) of Aangifte vennootschapsbelasting (VPB) staat de reserve op je balans, en de toevoeging en de afname bij de wijzigingen in toelaatbare reserves.
De regel Afboeking herinvesteringsreserve op gekochte activa vult jortt niet. Die vul je zelf in je aangifte in, of je laat je boekhouder meekijken.
Jortt houdt de termijn van drie jaar niet voor je bij. Zet de datum zelf in je agenda.
Wat moet ik nu doen?
- Verkoop je een bedrijfsmiddel, reken dan de boekwinst uit: de verkoopprijs zonder btw min de boekwaarde. De boekwaarde zie je in jortt bij het bedrijfsmiddel.
- Wil je herinvesteren, schrijf dan voor het eind van het jaar op waarin, en boek de boekwinst op een herinvesteringsreserve zoals bij bedrijfsmiddel verkopen.
- Koop het nieuwe bedrijfsmiddel uiterlijk in het derde jaar na de verkoop, en boek de reserve af. Bij twijfel over de functie-eis of de termijn: bel de BelastingTelefoon of je adviseur.
Veelgestelde vragen over de herinvesteringsreserve
Heb je een vraag? Wij hebben de antwoorden!
Hoe lang mag een herinvesteringsreserve blijven staan?
Tot en met het derde jaar na het jaar waarin je de reserve vormde. Verkoop je in 2026 een bedrijfsmiddel met boekwinst, dan moet je uiterlijk in 2029 herinvesteren. Heb je dan nog niet geherinvesteerd, dan telt de reserve in dat jaar als winst. Alleen als het nieuwe bedrijfsmiddel door zijn aard langer nodig heeft, of als bijzondere omstandigheden een al begonnen aanschaf vertragen, mag het langer.
Wat gebeurt er als ik toch niet herinvesteer?
Dan valt de reserve vrij: je telt hem bij je winst op en betaalt er alsnog belasting over. Dat doe je zodra je niet meer van plan bent te herinvesteren, en uiterlijk aan het eind van het derde jaar na het jaar van verkoop.
Mag ik de herinvesteringsreserve op elk nieuw bedrijfsmiddel afboeken?
Meestal wel, maar niet bij een bedrijfsmiddel waarop je niet afschrijft of dat je in meer dan 10 jaar afschrijft, zoals grond of een bedrijfspand. Kwam de reserve van zo'n bedrijfsmiddel, of koop je zo'n bedrijfsmiddel, dan moet het nieuwe dezelfde functie in je bedrijf hebben als het oude. Een reserve van een verkochte bestelbus mag je dus op een machine afboeken, maar niet op een pand.
Hoeveel van de reserve mag ik afboeken op een nieuw bedrijfsmiddel?
Zoveel tot de boekwaarde van het nieuwe bedrijfsmiddel gelijk is aan de boekwaarde die het oude had vlak voor de verkoop. Verkocht je een bus met een boekwaarde van € 8.000 en koop je een nieuwe voor € 10.000, dan boek je hoogstens € 2.000 af. Het restant mag je binnen de termijn afboeken op een volgende investering.
Kan een bv een herinvesteringsreserve vormen?
Ja. De regels voor de herinvesteringsreserve gelden ook in de vennootschapsbelasting. Een bv vormt de reserve op dezelfde manier en met dezelfde termijn van drie jaar.