Ondernemersaftrek in de ib-aangifte: elk invulveld uitgelegd

Ondernemersaftrek is het laatste scherm over je onderneming. Je vult er geen bedragen uit je boekhouding in, maar beantwoordt vragen over jezelf: hoeveel uur je hebt gewerkt, hoe lang je al ondernemer bent en of er bijzondere regelingen op je van toepassing zijn. Uit die antwoorden leidt de Belastingdienst af op welke aftrekposten je recht hebt, en die halen een fors bedrag van je winst af.

Het scherm kent zes blokken. Welke je te zien krijgt hangt af van je antwoorden: zeg je nergens Ja, dan blijft er weinig over.

Let op
De ondernemersaftrek verwerk je niet in je boekhouding. Je vindt hem dus ook niet terug in jortt of in het rapport Aangifte inkomstenbelasting (IB). Dit scherm vul je volledig zelf in, aan de hand van je urenadministratie en je vorige aangiftes.

De schermen op deze pagina komen uit het voorbeeld van Suzan Smitt, zzp’er met een eenmanszaak die websites ontwerpt.

Het urencriterium: de drie vragen bovenaan

Alles begint met drie vragen. Ze bepalen samen of je recht hebt op de zelfstandigenaftrek, de grootste post van dit scherm.

Belastingdienst: urencriterium en zelfstandigenaftrek
Invulvelden urencriterium en zelfstandigenaftrek in de ib-aangifte
  • Werkte u minimaal 1.225 uur in de onderneming? Dit is het urencriterium. Het gaat om alle uren die je aan je onderneming besteedt, niet alleen de uren die je factureert: acquisitie, administratie, je website bijhouden, reistijd en cursussen tellen allemaal mee. Over een heel jaar komt 1.225 uur neer op ongeveer 25 uur per week.
  • Was u in de periode [de vijf voorgaande jaren] elk jaar ondernemer voor de inkomstenbelasting? Hiermee bepaalt de Belastingdienst of je nog starter bent.
  • Is meer dan 50% van uw werktijd besteed aan de onderneming? Dit is het grotendeelscriterium. Het geldt alleen als je in een van de vijf voorgaande jaren géén ondernemer was, dus als je nog niet lang bezig bent. Heb je daarnaast een baan in loondienst, dan moet je meer dan de helft van je totale werktijd aan je onderneming besteden.
Let op
Houd je uren het hele jaar bij, niet achteraf. De Belastingdienst kan om een urenadministratie vragen, en een reconstructie achteraf houdt zelden stand. Kom je aan het eind van het jaar in de buurt van de 1.225 uur, dan is dat een reden om te controleren of je alle indirecte uren hebt meegeteld.

De melding onder de urenvraag

Antwoord je Ja terwijl je omzet laag is of je boekjaar kort, dan zet het formulier er een waarschuwing onder.

Belastingdienst: de melding onder de urenvraag
Waarschuwing bij het urencriterium in de ib-aangifte

Dat is een signaal, geen blokkade: je kunt gewoon verder. De Belastingdienst zegt hiermee dat de combinatie van een lage omzet en 1.225 uur werk ongebruikelijk is. Klopt je urenadministratie, dan laat je je antwoord staan.

Zelfstandigenaftrek

Voldoe je aan het urencriterium, dan heb je recht op de zelfstandigenaftrek. Het bedrag vul je niet in; dat rekent de Belastingdienst zelf uit. Onder het kopje staan twee vragen.

  • Hebt u in de periode [de vijf voorgaande jaren] meer dan 2 keer zelfstandigenaftrek gekregen? Dit is de startersaftrek-vraag, en het is de vraag waar het vaakst een fout in sluipt. Antwoord je Nee, dan ben je nog starter en krijg je bovenop de zelfstandigenaftrek ook de startersaftrek. Antwoord je Ja, dan is je startersperiode voorbij. Je mag de startersaftrek maximaal drie keer in je eerste vijf jaar krijgen.
  • Hebt u niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek uit vorige jaren? Was je winst in een eerder jaar te laag om de hele zelfstandigenaftrek te benutten, dan schuift het restant door. Zeg je Ja, dan verschijnt er een veld voor het bedrag. Dat bedrag staat op je aanslag van dat jaar.
Belastingdienst
De zelfstandigenaftrek kan je winst niet negatief maken. Is je winst lager dan de aftrek, dan blijft er een niet-gerealiseerd deel over dat je in een later jaar met een hogere winst alsnog kunt gebruiken. Bewaar die aanslag dus, want in dat latere jaar vul je het bedrag hier zelf in; het staat nergens automatisch klaar.

Aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk

Doe je erkend research- en ontwikkelingswerk, dan is er een extra aftrek. Voorwaarde is een Speur- en ontwikkelingswerkverklaring van RVO, die je vooraf aanvraagt.

Belastingdienst: aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk
Invulvelden aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk in de ib-aangifte
  • Hebt u een Speur- en ontwikkelingswerkverklaring van RVO.nl? Zonder verklaring is er geen aftrek, en het formulier meldt dat meteen. Die verklaring vraag je aan bij RVO vóórdat je aan het werk begint, niet achteraf bij de aangifte.
  • Hebt u minimaal 500 uur besteed aan erkend speur- en ontwikkelingswerk? Deze 500 uur komt bovenop het urencriterium van 1.225 uur en telt daar ook in mee.
  • Nummer Speur- en ontwikkelingswerkverklaring. Het nummer dat op je verklaring staat.
  • Hebt u meer dan 2 keer aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk gekregen? Werkt hetzelfde als bij de startersaftrek: ben je nog starter, dan is de aftrek hoger.

Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid

Een aparte regeling voor wie vanuit een arbeidsongeschiktheidsuitkering een onderneming start. Het bijzondere eraan: hier geldt een verlaagd urencriterium van 800 uur in plaats van 1.225 uur.

Belastingdienst: startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek en Wajong
Invulvelden startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek en Wajong in de ib-aangifte

Het formulier vraagt of je recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, of je in de vijf voorgaande jaren elk jaar ondernemer was, of je minimaal 800 uur hebt gewerkt, en hoe vaak je deze aftrek al hebt gehad. Je kunt hem maximaal drie keer krijgen; het formulier vraagt daarom naar het aantal keer in een keuzelijst.

Meewerkaftrek

Werkt je fiscale partner mee in je onderneming zonder daarvoor een reële vergoeding te krijgen, dan is er de meewerkaftrek. Dit blok verschijnt alleen als je een fiscale partner hebt, en het noemt dan de naam van die partner.

Het formulier vraagt:

  • Of je partner in het jaar minstens 525 uur heeft meegewerkt.
  • Of je die partner een vergoeding van € 5.000 of meer hebt betaald. Is dat zo, dan is er geen meewerkaftrek: je hebt de arbeid dan immers al betaald en die vergoeding staat als kostenpost in je winst-en-verliesrekening.
  • Of je onteigeningswinst, stakingswinst of eindafrekeningswinst hebt, en zo ja hoeveel. Die winst telt niet mee voor de meewerkaftrek.
  • Het aantal uur dat je partner heeft meegewerkt, in een keuzelijst met vier tredes: 525 tot 875, 875 tot 1.225, 1.225 tot 1.750, en 1.750 of meer. Hoe hoger de trede, hoe hoger het percentage van de winst dat je mag aftrekken.

Stakingsaftrek

Ben je met je onderneming gestopt, dan mag je een deel van je stakingswinst aftrekken. Het formulier vraagt of je die aftrek eerder al hebt gehad en zo ja hoeveel, want de stakingsaftrek is een bedrag dat je in je leven maar één keer volledig kunt gebruiken. Heb je hem al helemaal opgemaakt, dan meldt het formulier dat en blijft het blok verder leeg.

Daarnaast staat hier een veld voor de winst die je hebt behaald door de afname van de oudedagsreserve na een geruisloze doorschuiving of omzetting.

Wajong

De laatste vraag: of je in het jaar recht had op een Wajong-uitkering. Zo ja, dan gelden er soepeler voorwaarden voor een aantal van de aftrekposten hierboven.

Klaar met het zakelijke deel

Na dit scherm is het deel over je onderneming af. De aangifte gaat verder met de rest van je inkomen: loon uit dienstbetrekking, je woning, je bankrekeningen en de persoonlijke aftrekposten. Controleer dat deel en verstuur daarna de aangifte.

Tip
Bewaar het rapport Aangifte inkomstenbelasting (IB) van jortt bij je aangifte. Volgend jaar heb je het opnieuw nodig: de eindstanden van dit jaar zijn dan de kolom Boekwaarde begin boekjaar op je balans, en die staat niet in het rapport van dat jaar.

Veelgestelde vragen over de ondernemersaftrek

Heb je een vraag? Wij hebben de antwoorden!

Geen bedragen uit je boekhouding, maar antwoorden over jezelf: hoeveel uur je in je onderneming hebt gewerkt, hoe lang je al ondernemer bent en of er bijzondere regelingen op je van toepassing zijn. Uit die antwoorden leidt de Belastingdienst af op welke aftrekposten je recht hebt en hoe hoog die zijn. Het scherm kent zes blokken: het urencriterium, de zelfstandigenaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, de meewerkaftrek en de stakingsaftrek, plus een vraag over Wajong.

Nee. De ondernemersaftrek is geen boeking en staat niet in jortt, ook niet in het rapport Aangifte inkomstenbelasting (IB). Je vult dit scherm volledig zelf in bij de Belastingdienst, aan de hand van je urenadministratie en je vorige aangiftes.

Als je aan het urencriterium voldoet: minimaal 1.225 uur in het jaar aan je onderneming besteed. Dat gaat om alle uren, niet alleen de uren die je factureert, dus ook acquisitie, administratie, reistijd en cursussen. Ben je in een van de vijf voorgaande jaren geen ondernemer geweest, dan geldt daarnaast het grotendeelscriterium: meer dan de helft van je totale werktijd moet naar je onderneming gaan.

Ongeveer 25 uur per week. Het gaat om alle uren die je aan je onderneming besteedt, dus ook de uren die je niet factureert. Alleen bij de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid geldt een lager criterium, namelijk 800 uur.

Als je in de vijf voorgaande jaren niet meer dan 2 keer zelfstandigenaftrek hebt gekregen. Het formulier vraagt dat ook zo: Hebt u in die periode meer dan 2 keer zelfstandigenaftrek gekregen? Antwoord je Nee, dan ben je nog starter en krijg je de startersaftrek bovenop de zelfstandigenaftrek. Antwoord je Ja, dan is je startersperiode voorbij. Je kunt de startersaftrek dus maximaal drie keer krijgen.

De zelfstandigenaftrek kan je winst niet negatief maken. Was je winst in een eerder jaar lager dan de aftrek, dan bleef er een deel ongebruikt en dat deel schuift door naar een later jaar met een hogere winst. Vul dat bedrag hier zelf in; het staat op de aanslag van dat eerdere jaar en komt nergens automatisch tevoorschijn.

Dat het formulier de combinatie van een lage omzet en 1.225 uur werk ongebruikelijk vindt. Het is een signaal en geen blokkade: je kunt gewoon verder. Klopt je urenadministratie, laat je antwoord dan staan. Er is een vergelijkbare melding als je boekjaar korter is dan een half jaar.

Een Speur- en ontwikkelingswerkverklaring van RVO, en minimaal 500 uur erkend speur- en ontwikkelingswerk in het jaar. Die 500 uur komt bovenop het urencriterium van 1.225 uur en telt daar ook in mee. De verklaring vraag je vooraf aan bij RVO, niet achteraf bij de aangifte; zonder verklaring is er geen aftrek en meldt het formulier dat meteen.

Als je partner minstens 525 uur in je onderneming heeft meegewerkt en je daarvoor geen vergoeding van 5.000 euro of meer hebt betaald. Bij zo'n vergoeding is er geen meewerkaftrek, want die vergoeding staat dan al als kostenpost in je winst-en-verliesrekening. Het formulier vraagt daarna in welke urentrede je partner valt: 525 tot 875, 875 tot 1.225, 1.225 tot 1.750, of 1.750 of meer.

Ja. De Belastingdienst kan om een urenadministratie vragen, en een reconstructie achteraf houdt zelden stand. Houd je uren dus het hele jaar bij. Kom je aan het eind van het jaar in de buurt van de 1.225 uur, controleer dan of je alle indirecte uren hebt meegeteld.

Dan is het deel over je onderneming af. De aangifte gaat verder met de rest van je inkomen: loon uit dienstbetrekking, je woning, je bankrekeningen en de persoonlijke aftrekposten. Controleer dat deel en verstuur daarna de aangifte.